Close

Waarom ’t kofschip nooit goed zal varen

Op scholen wordt heel wat tijd besteed aan de spelling van voltooid deelwoorden en verledentijdsvormen. Toch maken zelfs hoogopgeleiden nog veel fouten met dit soort vormen en merken zij fouten in geschreven teksten van anderen nauwelijks op. Mensen met een andere moedertaal dan het Nederlands, hebben echter relatief weinig moeite met deze vormen en spellen netjes volgens de ‘t-kofschip-regel.

In deze lezing legt Mirjam Ernestus uit waarom dit zo is aan de hand van een groot aantal taalexperimenten en analyses van geschreven teksten. De manier waarop wij met ‘t-kofschip-regel omgaan laat zien dat onze hersenen niet zo goed zijn in het uitvoeren van abstracte regels. Mensen verwerken (schrijven en lezen) een woord vooral door het direct uit hun mentale woordenboek op te halen of door het te vergelijken met andere woorden in dat woordenboek en het daarna aan die woorden aan te passen (analogie-werking).

Deze en andere studies van de werkwoordspelling in het Nederlands laten zien hoe het onderwijs verbeterd kan worden en dat het veranderen van de werkwoordspelling waarschijnlijk geen zin heeft. Maar vooral hebben deze studies consequenties voor onze manier van denken over onze hersenen.

Over de spreker